Europese ooievaar

Engelse naamWhite stork
Wetenschappelijke naamCiconia ciconia
LeefomgevingDelen van Europa, Afrika, het Midden-Oosten, Centraal Azië en India
Voedingkleine dieren, amfibieën, reptielen, insecten en vissen
Gewicht2,3 - 4,4 kilogram
Nestgrootte3 - 5 eieren
Broedtijd33 dagen
IUCN-statusNiet bedreigd

Waar wonen ze?
De Europese ooievaar komt in heel Europa voor, er zijn twee verschillende populaties. Een West-Europese populatie die overwinterd in West-Afrika en een Oost-Europese populatie die overwinterd in Noord en Oost-Afrika. De ooievaar is dus een echte trekvogel.

De ooievaar komt in Nederland voor in gebieden met veel water en cultuurlandschappen (natuurgebieden die door de mens zijn gemaakt), zoals de bekende Nederlandse polders. De meeste ooievaars uit Nederland overwinteren op de West-Afrikaanse savannes. Maar niet alle Nederlandse ooievaars vliegen naar Afrika. Sommige vogels blijven namelijk in Nederland omdat hier ook voldoende voedsel te vinden is in de winter.
Europese ooievaars keren ieder jaar terug naar hetzelfde nest om nieuwe jongen groot te brengen met dezelfde partner. Mocht de partner waarmee ze dit doen niet terugkeren of komen te overlijden, dan wordt er een nieuwe partner gezocht.

Hoe zien ze eruit?
De Europese ooievaars hebben grotendeels witte veren. Alleen op de vleugels en op de rug hebben ze zwarte veren. De rode poten en snavel van de vogel zijn erg opvallend. Met deze snavel klapperen de dieren uitgebreid als ze elkaar begroeten, of om een signaal af te geven naar andere ooievaars. De Europese ooievaar is ongeveer zo groot als de blauwe reiger die je ook in Nederland tegen kan komen. Ook in de lucht zijn de twee soorten goed van elkaar te onderscheiden. Zo vliegt de ooievaar namelijk met een uitgestrekte nek en de reiger vliegt met ingetrokken nek. De spanwijdte van de Europese ooievaar is tussen de 150 en de 170 centimeter. Ze hebben lange brede vleugels die handig zijn om lange afstanden te zweven op warme opstijgende lucht (thermiek).
 

Ooievaars in het park:
Bij de grote vijver loop je tussen de Europese ooievaars. Hier is ook nog een andere ooievaar soort te vinden, namelijk de zwarte ooievaar. In andere delen van het park zijn nog andere soorten ooievaars te zien. Zo is de zadelbekooievaar terug te vinden op de weide tegenover de Oosterse tuin, zijn de Abdims ooievaars te bewonderen in de Cuba volière en vliegt de Afrikaanse nimmerzat mee met de vogeldemonstratie.

In het vogelpark zijn er veel nestpalen geplaatst voor de ooievaars. Ieder jaar maken er vele koppels gebruik van om op te nestelen. In samenwerking met de stichting ‘STORK’ worden de jonge ooievaars jaarlijks geringd voor wetenschappelijk onderzoek. We krijgen nog regelmatig nieuws vanuit dit onderzoek. Zo is er in 2019 een ooievaar geringd die begin 2020 in Spanje is teruggezien!